Deel 72: Moerasrozemarijn

De moerasrozemarijn (Ledum Palustre) behoort tot de uitgebreide familie van de heideachtigen. In noordelijke gebieden van Europa en midden en noord-Azië voelt hij zich het meeste thuis in hoogveen, natte en kalkvrije turfvelden, en de toendra. Het is dus een moerasplant. Doordat de plant diverse etherische oliën bevat, heeft hij een wat een eigenaardige geur. In Nederland is de moerasrozemarijn zeldzaam.

Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, ‘Ledum’, komt van het Griekse woord ‘ledon’ en dat is het woord waarmee die Grieken de cisteroos aanduidden. De cisterozen zijn een groep bloemen uit een plantengeslacht van de zonneroosjesfamilie, een familie van wat kruidachtige planten en kleine struikjes die in het wild groeien in het Middellandse Zeegebied. Maar da’s niet het einde van het verhaal: ‘ledus’ betekent ook ‘wolvet’. Griekse herders stuurden hun schapen bosjes in waar de cisterozen groeiden. Die rozen scheidden een vet af en dat bleef aan de vacht kleven. Dat vet werd door de herders verkocht. Het tweede deel, ‘palustre’ betekent ‘moeras’ in het Latijn.

Aangezien deze column is opgenomen in het boek 'Gevaarlijke Planten' heeft de uitgever mij verzocht een deel van de column te verwijderen. Wil je deze of andere columns toch in zijn geheel lezen? Bestel dan het boek!

Zie linksboven op deze site voor bestelinformatie.