Meekrap

De meekrap (Rubia tinctorum) - ook wel mee of mede genoemd - is een oud cultuurgewas. Vermoedelijk is de meekrap afkomstig uit het oostelijk deel van het Middellandse Zeegebied en is ooit in onze contreien terechtgekomen als geneeskrachtig kruid. Uit meekrap werd in vroeger tijden een grondstof voor de rode kleurstof alizarine gewonnen. Vooral in Zeeland hadden boeren er een goede boterham aan. Toen Duitse chemici van BASF in 1868 een manier vonden om die alizarine synthetisch te bereden, was dat de doodsteek voor de meekrap als economisch nuttige plant.

Meekrap is een overblijvende, groen overwinterende plant met een hoogte die tot één meter kan reiken. Ondergronds graven houtige wortelstokken zich een weg naar beneden en bereiken een diepte van eenzelfde meter. De ruwe stengels zijn in het bezit van omlaag gerichte stekeltjes. De groengele bloemetjes staan rommelig in bijschermen.

Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Rubia, is afkomstig uit het Latijn, waar ruber 'rood' betekende. Het tweede deel, tinctorum, heeft eveneens een Latijnse oorsprong want tinctura betekent ‘kleuren’ of een ‘tint geven’. Dat woord kan echter nog verder worden teruggevoerd op tinctus dat ooit ‘kleuren’, ‘vochtig maken’ en ‘weken’ heeft betekend. Allemaal termen die te maken hebben met het (in)kleuren van weefsels.
[Foto: H. Zell]
In de volksgeneeskunst was meekrap in het verleden een befaamde plant en werd voorgeschreven bij het verminderen van problemen bij de menstruatie en het urineren. Ook werd de meekrap ingezet bij de behandeling van pijnlijke nier- en galstenen. Geelzucht als gevolg van leverproblemen stond ook al op de lijst van indicaties. Verder stonden middeltjes met meekrap bekend om hun veronderstelde werking als mild laxeermiddel en licht sedatief (slaapmiddeltje).

Natuurlijk heeft men de kleurstoffen in de plant het meest onderzocht. Ze hebben nogal vervaarlijk klinkende chemische namen, maar zelfs hun (handels)namen lijken zo uit de koker van een modern reclamebureau te kunnen komen: purpuroxanthine, quinizarine, purpurine, rubiadine, mollugine en alazarine.

In vroegere drukken van De Kleine Dokter staat nog heel optimistisch dat ‘Rubia bij nierkolieken heel goede diensten kan bewijzen’. Het woordje ‘bewijzen’ is wel behoorlijk vrijpostig gebruikt want ondertussen heeft wetenschappelijk onderzoek onomstotelijk vastgesteld dat het gebruik van ieder deel van de meekrap kan leiden tot kanker en dan voornamelijk lever- en nierkanker.

Gelukkig heeft de overheid ingegrepen en is het gebruik van meekrap in Nederland verboden en dus kan de bevolking weer veilig slapen omdat de meekrap onze gezondheid niet meer kan benadelen. Niet dus. Zoals altijd is de kwakzalverij onverstoorbaar doorgegaan met het aanprijzen van hun kwalijke waar.

Geen opmerkingen: