Bingelkruid

Bingelkruid is een klein geslacht van kruidige planten. In ons land kun je bosbingelkruid (Mercurialis perennis) en tuinbingelkruid (Mercurialis annua) aantreffen. Beide soorten zullen tot 40 centimeter hoog worden, hebben vierkante stengels en bladeren die kruislings tegenover elkaar staan. Bingelkruiden zijn opvallend omdat ze perfecte voorbeelden zijn van tweehuizigheid: mannelijke en vrouwelijke bloemen ontstaan op verschillende planten.

Het verschil tussen bosbingelkruid en tuinbingelkruid lijkt eenvoudig, maar bosbingelkruid heeft een uitgebreid netwerk van ondergrondse uitlopers en zal daardoor tot ware tapijten in het bos kunnen uitgroeien. Tuinbingelkruid gedraagt zich iets beter en zal, zoals de naam al aangeeft, vaak in moestuinen opschieten. Verder heeft bosbingelkruid donkergroene bladeren, terwijl tuinbingelkruid lichtgroene bladeren heeft.
[Foto: Jan Eckstein]

Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Mercurialis, verwijst naar de Romeinse god Mercurius. Vermoedelijk heeft zijn voorkomen in twee gedaanten, de tweehuizigheid, geleid tot die naamgeving, al kan ook hebben meegewogen dat de gedroogde stengel van de plant een sterke metaalblauwe glans vertoont. Het tweede deel, perennis, is een combinatiewoord uit het Latijn, waar per 'gedurend' en annus '(het) jaar' betekent. Met andere woorden: het is een overblijvende plant. De andere soortnaam, annua, is ook van Latijnse oorsprong, want ook dat stamt af van annus ('jaar'). Dit is dus een eenjarige plant. Het woord 'bingel' wordt verklaard als een verkleinvorm van het oudhoogduits Bungo ('knol'), dat weer verwant is aan de Nederlandse woorden 'bonk' en 'bengel'.

Zowel zaden en wortels van het bingelkruid is uiterst giftig als gevolg van de aanwezigheid van blauwzuurglycosiden, methylamine en triethylamine. Methylamine is bijvoorbeeld een grondstof voor de productie van de in Amerika zo populaire drug methamphetamine ofwel meth.

De planten verspreiden een 'giftige' geur en dat zou al voldoende reden moeten zijn om met een boog om bingelkruiden heen te lopen, maar de mens is een raar wezen en het is zelfs de mens geweest die de verspreiding van tuinbingelkruid actief heeft bevorderd. Bosbingelkruid is hier altijd inheems geweest, maar tuinbingelkruid is afkomstig uit het Middellandse Zeegebied. In tijden van hongersnood werden mensen inventief om te overleven en men heeft ooit ontdekt dat het koken de giftigheid deed verdwijnen. Tuinbingelkruid werd dus als groente gegeten.

Ongekookt of net iets te weinig gekookt kan dus behoorlijk wat ernstige problemen opleveren. De eerste vergiftigingsverschijnselen treden na een paar uur op en reken dan op zaken als overgeven, pijn in maag en darmen, ontstekingen van de maag en nieren, en slaperigheid. Een vreemd symptoom is een dermatitis aan de wangen en kin (malar erythema). Zeker voor kinderen kan het consumeren van bingelkruid dodelijk zijn.

Ook voor schapen en koeien is het eten van bingelkruid niet een goed idee.

Geen opmerkingen: