Bezemkruiskruid

Het bezemkruiskruid (Senecio inaequidens) staat in zijn thuislanden bekend als de South African ragwort en dat moet betekenen dat hij Afrikaanse wortels moet hebben. Dat klopt, want deze soort is inheems in de zogenaamde Afrotropische ecozone, een moeilijk woord voor delen van zuidelijk Afrika waar het qua temperatuur goed toeven is, zoals Lesotho,Zuid-Afrika en Swaziland. Hij bewoont voornamelijk plekjes tussen de 1400 en 2850 meter hoogte, waar het 's nachts toch ook kan vriezen.
Bezemkruiskruid is een overblijvende, struikachtige plant van ongeveer 60 centimeter hoog. De plant bestaat uit een veelvertakte steel, ietwat houtig aan de basis met vaak slanke bladeren die van één tot zeven centimeter lang zijn. De bloemen hebben een doorsnede van 2,5 centimeter en zijn citroengeel van kleur.

Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, Senecio, is afkomstig van het Latijnse woord Senex dat ‘oude man’ of ‘grijsaard’ betekende. In Duitsland heet het geslacht Greiskraut ofwel ‘Grijskruid’. Net als de paardenbloem gebruiken kruiskruiden talloze pluisjes om de zaadjes te verspreiden. Die grijzige pluisjes geven de plant het uiterlijk van een grijsharige oude man. Het tweede deel, inaequidens, is afgeleid van het Latijnse woord inaequaliter, wat 'ongelijk' betekent en de variatie in bladlengte en en bladvorm beschrijft.

In Europa is bezemkruiskruid al tijden lang aanwezig. De plant is onbedoeld meegevoerd met woltransporten uit zuidelijk Afrika en diens voorkomen hangt perfect samen met een vijftal Europese centra voor het verwerken van wol. De eerste waarneming in 1895 was nabij een Duitse wolfabriek in Hannover-Döhren en ietwat later bij de zeehaven van Bremen volgde de tweede. De eerste beschrijving van bezemkruiskruid in Nederland stamt uit 1939 in Tilburg in de nabijheid van een wolfabriek die daar tot 1953 in productie is geweest. Vanaf 1942 werd er af en toe een exemplaar gevonden aan de oevers van de Maas, maar in de jaren daarna steeg het aantal de waarnemingen dramatisch.

In Nederland is hij intussen over het hele land verspreid. Ook rondom de Waddenzee duikt hij af en toe al op en dat betekent dat hij zijn meest noordelijke verspreiding in ons land heeft bereikt. Diverse waarnemingen komen uit Harlingen, Texel, Vlieland, Terschelling en Ameland.

We hebben al eerder wat familieleden van het bezemkruiskruid besproken, zoals duinkruiskruid, jacobskruiskruid, klein kruiskruid en zilverkruiskruid. Ook deze variant is giftig als gevolg van de aanwezigheid van een pyrrolizidine-alkaloïde. Dit is een toxine, die de lever van mens en dier aantast. Afblijven dus is het devies.

Geen opmerkingen: